Compatibiliteit tussen de liquidatiereserve en de Tax Shelter

Deze fiscale nota heeft als doel de compatibiliteit tussen de aanleg van een liquidatiereserve en de aanleg van een vrijgestelde reserve onder het stelsel van de Tax Shelter toe te lichten.

Artikels 184quater en 541 van het WIB-92

Een ‘gewone liquidatiereserve’ zoals bedoeld in artikel 184quater of ‘bijzondere liquidatiereserve’ zoals bedoeld in artikel 541 van het WIB-92 kan worden aangelegd op basis van het aanslagjaar 2013, of ten vroegste voor de rekeningen afgesloten op 31 december 2012. 

Artikel 184quater van het WIB-92 bepaalt in het tweede lid dat "de liquidatiereserve wordt gevormd door een gedeelte of het geheel van de boekhoudkundige winst na belasting over te boeken naar één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief." Het begrip 'boekhoudkundige winst na belasting' moet worden geïnterpreteerd als de “te bestemmen winst”, voorzien in de memorie van toelichting en in het advies van de CBN 2015/2 van 13 mei 2015. 

Het lijkt ons nuttig u eraan te herinneren dat de liquidatiereserve enkel betrekking heeft op de kleine vennootschappen in de zin van artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen, vermits alleen deze in aanmerking komen voor het aanleggen van een liquidatiereserve in de zin van artikel 184quater of 541 van het WIB-92.

Laatste wijziging : 19.05.2020

Op twee verschillende momenten

De compatibiliteit van een liquidatiereserve met een Tax Shelter-investering moet op twee verschillende momenten worden onderzocht, namelijk:

•    bij de aanleg van de liquidatiereserve en van de vrijgestelde Tax Shelter-reserve, en
•    bij de definitieve vrijstelling van de Tax Shelter-reserve.

Laatste wijziging : 19.05.2020

Een afzonderlijke aanslag van 10%

1.    Bij de aanleg van de liquidatiereserve en van de vrijgestelde Tax Shelter-reserve

De aanleg van een liquidatiereserve leidt tot de betaling van een afzonderlijke aanslag van 10% (de “anticipatieve heffing”) op het bedrag van de liquidatiereserve. Deze aanslag is verschuldigd voor de belastbare periode waarin de liquidatiereserve wordt aangelegd, en moet worden beschouwd als een fiscale last voor de vennootschap. Deze afzonderlijke aanslag van 10% heeft derhalve als effect dat de fiscale last van de vennootschap toeneemt zodat het bedrag van de 'belastbare gereserveerde winst', de basis voor berekening van de optimale Tax Shelter-investering, vermindert. Deze afzonderlijke aanslag heeft dus een negatief effect op het bedrag dat aan Tax Shelter-investering kan worden aangewend.

De liquidatiereserve moet worden aangelegd op basis van de bestemming van de te bestemmen winst, namelijk de overblijvende winst na de dotatie aan de vrijgestelde reserve in het raam van een Tax Shelter. Hieruit volgt dat de aanleg van een vrijgestelde Tax Shelter-reserve het bedrag vermindert dat in aanmerking komt om te worden bestemd voor de liquidatiereserve.

Compatibiliteit tussen een liquidatiereserve en een Tax Shelter-operatie blijft mogelijk, aangezien het maximale bedrag dat een vennootschap via de Tax Shelter kan vrijstellen, wettelijk begrensd is op 50% van de belastbare gereserveerde winst. Dit impliceert dat een investeerder belastbare gereserveerde winst die bruikbaar is voor de aanleg van een liquidatiereserve, moet behouden. 

2.    Bij de definitieve vrijstelling van de Tax Shelter-reserve

Wanneer voldaan is aan de voorwaarden om de tijdelijke vrijstelling van de vrijgestelde Tax Shelter-reserve als definitief te beschouwen, moet de vrijgestelde reserve tegengeboekt worden en het bedrag ervan overgebracht naar een beschikbare-reserverekening. Deze boekingen worden geregistreerd via de winst-en-verliesrekening, zoals voorgeschreven door het CBN-advies 2015/1 van 13/05/2015. Hieruit volgt dat de te bestemmen winst van de vennootschap zal worden verhoogd voor het boekjaar waarin de definitieve vrijstelling wordt ingeschreven, met als effect de mogelijke aanleg van een bijkomende liquidatiereserve (ondergeschikt aan het feit dat er een te bestemmen winst is volgens het boekhoudkundig resultaat van het boekjaar, en dat de vennootschap voor dat boekjaar nog altijd geldt als een kleine vennootschap in de zin van artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen).

Laatste wijziging : 19.05.2020

Cumul van de voordelen

Een Tax Shelter-investering zal een positief effect hebben: de Tax Shelter-investering verlaagt immers de fiscale druk voor het jaar van aanleg van de vrijgestelde Tax Shelter-reserve (meer eigen kapitaal bij Tax Shelter-investering). Met dit verhoogde eigen kapitaal is de aanleg van een liquidatiereserve mogelijk in het jaar van definitieve fiscale vrijstelling van de Tax Shelter-reserve. 

Besluit: de cumul van een liquidatiereserve en een vrijgestelde Tax Shelter-reserve is mogelijk en kan zelfs gunstig blijken als men de operatie in zijn geheel beschouwt, namelijk bij cumul van de voordelen voor het jaar van aanleg van de Tax Shelter-reserve (lagere fiscale lasten en meer eigen kapitaal) en deze voor het jaar van de definitieve vrijstelling van de Tax Shelter-reserve (verhoging van de te bestemmen winst).

Laatste wijziging : 19.05.2020

Newsletter

Rekentool